Het Heiligdom Onze Lieve Vrouw ter Nood

In de boekhouding van het Domkapittel van Utrecht wordt melding gemaakt van een rector aangesteld in Heiloo in de kapel van Onze Lieve Vrouw ter Nood (1409). Dit is de eerste schriftelijke verwijzing naar het bestaan van de plaats en naar een kapel aan Maria toegewijd. Deze kapel wordt in 1573 bij het beleg van Haarlem verwoest. Pas in 1905 komt de plaats weer in handen van de katholieke kerk en wordt het bedevaartoord hersteld, eerst met een noodkapel en sinds 1930 met een aantrekkelijke kapel op de fundamenten van de vorige, naar een ontwerp van de architect Jan Stuyt.
Kapel, zoals het bedevaartoord vaak aangeduid wordt, is niet alleen een Mariaal bedevaartsoord. De apostel van Nederland, de heilige Willbord wordt hier ook in ere gehouden.

De hoofdingang ligt tegenover de parkeerplaats en biedt toegang tot het bedevaartpark. De bezoeker kan kiezen om zijn weg door het park te vervolgen in de richting van het voormalig Julianaklooster aan de zuidoostelijke zijde van het park of een wandeling te maken langs de grote Bedevaartkapel (1913) naar de Genadekapel met de Runxputte (waterbron). Onderweg passeert hij Oesdom, het welkomsthuis.

In het park is een Kruisweg aangelegd: veertien huisjes (statin) met daarin de afbeeldingen van de lijdensweg van Jezus vanaf het moment van zijn veroordeling door Pilatus tot zijn graflegging. De 12de statie is een berg met daarop de gekruisigde Jezus en nodigt uit tot een moment van reflectie.

In het hart van het park ligt een langgerekt grasperk omzoomd door magnifieke beuken en eikenbomen en een vijver met een buitenaltaar dat gebruikt kan worden voor openluchtmissen of als rustaltaar voor processies met het Allerheiligste. Bij de vijver staat een beeld van Onze Lieve Vrouw van Lourdes.

De Genadekapel is van binnen geheel beschilderd met taferelen uit het leven van Maria door de Haarlemse schilder Han Bijvoet (gestorven 1975). Bij het 100-jarig bestaan van het heropende bedevaartoord is een schildering toegevoegd van de hand van de kunstenares Mieke Schobbe. De kapel ademt een sfeer van gebed en devotie. Dagelijks word de Eucharistie gevierd. De kapel wordt ook gebruikt voor huwelijken en kinderdopen (meestal op zondag), voor aanbidding, lof en vespervieringen en natuurlijk het gezamenlijk bidden van de Rozenkrans. Bedevaartgroepen zijn altijd welkom om hier met hun priester de Mis te vieren.

Voor de Genadekapel, in het midden van een door een kruisgang afgebakend voorhof (Atrium) ligt de bron, de sinds mensenheugenis daar gelegen Runxputte. Water kan vrij geput worden en daar wordt dan ook gretig gebruik van gemaakt. Het water is koel, fris en, vanzelfsprekend, veilig drinkbaar.

De grote Bedevaartkapel is gebouwd in 1913 als voorlopige voorziening voor grote bedevaartgroepen. De beoogde basiliek is nooit gebouwd en deze kapel is nu zelf een monument geworden. Eenvoudig ingericht wordt ze iedere zondag gebruikt voor de Hoogmis en verder voor grotere bedevaartgroepen en om Mariafeesten te vieren. In de kapel is het mogelijk oorspronkelijke houten Mariabeeldje aanwezig. U vindt het rechts, vooraan in de kapel.